Nieuws
30-05-2021 door DVDP

Bijzondere waarnemingen lente 2021

Bijzondere waarnemingen lente 2021We kenden een erg wisselvallige en frisse lente, met vooral in april een aanhoudende noordelijke luchtstroming. Dat had ook zijn weerslag op de arriverende trekvogels. Grasmus, tuinfluiter en braamsluiper, soorten die doorgaans vanaf de tweede helft van april toekomen, leken nu toch wel wat vertraging te hebben. Ondanks het relatief frisse voorjaar konden we wel duimen en vingers aflikken met enkele sublieme ontdekkingen. In de maand maart konden we nog drie weken extra genieten van de KLAPEKSTER in Zulzeke. Deze bleef uiteindelijk vijf weken ter plaatse. Een BUIDELMEES werd opgemerkt aan de Bruggenhoek te Zwalm (HVE). Een kraanvogel vloog over de Callemoeie (NGE) en Schorisse (NDS). 4 Goudplevieren rustten even uit in ST-Goriks-Oudenhove (DBO). 2 Bontbekplevieren (ADV) en tot max. 5 bonte strandlopers (VLO) lieten zich bewonderen in de Leiemeersen van Bachte-Maria-Leerne. Ook in de Langemeersen zaten er 2 bontjes en 32 grutto’s (DVDP). Maar liefst 14 bokjes werden geteld op de Snippenweide te Eine (DDG). In Nukerke vloog een zwartkopmeeuw over (SFE). In de Kaaimeersen te Meilegem zaten 3 zomertalingen (BDE). Vroege beflijsters werden eind maart gezien in Dikkelvenne (HLE) en Oudenhove (HVE). Hier en daar werden nog enkele zingende grote lijsters gehoord. De tijd dat deze bijna overal te vinden was, is helaas ver weg. Goudvink werd nog gezien in Ronse en Schorisse. In het Muziekbos werd een kleine barmsijs  (JeVH) en kruisbek (SVDW) gezien.  Over Volkegem vloog een Europese kanarie (NGE).  In april werden ook nog zomertalingen gezien, vooral in de Schelde- en Leievallei. In Petegem-Schelde zong een kwartel (THE). In Bachte-Maria-Leerne zat een STELTKLUUT (JDW), waar ook enkele koppeltjes grutto terug tot broeden kwamen. Een kluut zat aan de site VDM te Nederename (LVDW). Regenwulpen werden overtrekkend gezien te Deinze (3ex - VLO), Elsegem, Eine en Welden. Op het Dal te Heurne zat nog een bokje en vloog een REUZENSTERN (DDG) voorbij, net als een GRAUWE KIEKENDIEF! Daar zaten ook 2 bosruiters net als in Meilegem, Wannegem-Lede en Zulte. Een zwarte ruiter zat aan de Ratte in Eke (CSN). Over Eine vlogen 3 zwartkopmeeuwen (ADV). In Eke zat een grote mantelmeeuw (NVW). Aan de sluis in Oudenaarde zaten zeker één en mogelijk 2 GROTE AALSCHOLVERS (zeldzame ondersoort, DDG). Lepelaars vlogen over Hillegem (2ex), Eke (15ex) en Petegem (XTE). 11 ex hielden even halt aan de Pereboomplassen in Olsene (BDE). Purperreigers werden gezien over Zingem, Eine en Deinze. Velduil passeerde over Elst (LNE). Ondertussen (bijna) jaarlijkse gast: HOP werd gezien te Bachte-Maria-Leerne (JBE) en Etikhove. Een DRAAIHALS liet zich mooi bewonderen aan de Callemoeie (NVW) en werd nog gehoord aan de Boembekemolen (JaVH) en Bos t’Ename (PBL). Smelleken vloog over de Langemeersen, Callemoeie en de Leiemeersen van Bachte. Beflijster werd op 13 locaties gespot. Bonte vliegenvanger werd gezien in de Steenbergse bossen (NBA) te Zottegem en Meilegem (OCO). Een ROODKEELPIEPER(NGE) in zomerkleed bleef 4 dagen hangen in op de akkers rond het Heilsbroek te Berchem. Een goudvink dook op in Eine (DDG). Een Europese kanarie bezocht Oudenhove (JPA). Zingende grauwe gorzen werden even opgemerkt in Nukerke (SFE) en Meilegem (TVM) maar bleven niet ter plaatse. De meest bekeken plek uit onze regio moet wel de Callemoeie te Nazareth zijn. Deze staat al langer bekend als tankstation bij de trekvogels. 2 brilduikers (ADV) en een grote zaagbek (EDV) verbleven er in maart . Een geoorde fuut liet er zich de hele lente bewonderen. Verder nog enkele maxima van deze lente van doortrekkende steltjes aan de plas: 15 kluten, 3 regenwulpen, 2 bontbekplevieren, 3 bonte strandlopers, 2x 1 DRIETEENSTRANDLOPER, 1 bosruiter, 1 zwarte ruiter, 4 zwartkopmeeuwen, 4 pontische en 1 geelpootmeeuw, 9 zwarte sterns, tot max. 57 (!) dwergmeeuwen, 5 lepelaars, 1 Engelse gele kwik. Visarend werd 7x opgemerkt. Havik komt in de regio ook steeds meer op de voorgrond met verschillende waarnemingen en enkele broedgevallen. Blauwe kiekendief werd vooral in maart en mindere mate april opgemerkt, met de meeste waarnemingen in de Langemeersen. Er was wel nog een late waarneming in mei. Rode en zwarte wouw werden elk in totaal meer dan 30x gezien dit voorjaar. Bruine kiekendief heeft de weg naar VA+ goed gevonden: ze namen naar schatting 5-7 territoria in. Van alle waarnemingen van zomertaling, werden er uiteindelijk nog (maar) twee gezien in de maand mei. Een broedgeval lijkt weinig waarschijnlijk. Heel opvallend is de waarneming van een vr. brilduiker op de Schelde te Ruien (APE) in de laatste week van mei. Er werden ook zes baltsende kwartels gehoord. 4 STELTKLUTEN en 1 kluut bezochten het Dal te Heurne, waar ook een DRAAIHALS zich liet horen (DDG). Op de kouter in Heurne zaten 3 bontbekplevieren (DDG). Een regenwulp vloog over Eine (DDG). Een voor het binnenland zeldzame ZILVERPLEVIER (NVW) kwam enkele dagen op krachten aan de Callemoeie, net als een TEMMINCKS STRANDLOPER (JaVH). Ook een zeldzame ROODSTUITZWALUW bracht een kort bezoek aan de plas (BDE). Aan de centrale in Ruien zat een geelpootmeeuw (NGE). Dé spetters van deze maand moeten wel de 2 WITVLEUGELSTERNS geweest zijn aan de Tweelingputten te Eke (TMA). Nog maar de tweede waarneming voor onze regio, 57 jaar na de eerste. Over Erwetegem vloog een zwarte ooievaar (ESA). Purperreigers werden gezien te 2x 1 te Eine (DDG, ADV), Meilegem (PVDB), 3 over Michelbeke (AVL). 4 kleine zilverreigers (AVE) lieten zich bewonderen aan de Kaaihoeve en eentje te Eine (EHA). GRAUWE KIEKENDIEF werd overvliegend gezien aan het Dal te Heurne (DDG) en in S-L-Esse. (WDG). Een tweede en derde HOP van dit voorjaar kwam nog uit in S-L-Houtem (DDP) en S-M-Latem (HVE). Een sinds 10 jaar bijna jaarlijkse, zeldzame doortrekker in VA+ is de BIJENETER: 1 over ’t Burreken (LVDL) en 13 (!) over de Kolpaert in Huise (WDE).  Mei is ook de maand van de wielewaal. Die liet zich vooral horen in de Scheldevallei. Er werd nog zomertortel gezien: in Kruishoutem (ESA), de Langemeersen (NGE) en de Reytmeersen (DDG). Doortrek wellicht. Een broedgeval zit er wellicht niet in. RAAF komt ook steeds dichterbij: in Ronse werden 2 ex gezien (RWE). Toekomstige broedvogel? Een fluiter liet zich horen nabij de Boembekemolen (LNA). Orpheusspotvogel liet zich horen op 6 locaties. Grauwe vliegenvanger zijn dun gezaaid, maar zitten wel nog verspreid in de regio. Een zingende bonte vliegenvanger werd ontdekt in de Spitaelsbossen te Wortegem (GME). Een KLEINE VLIEGENVANGER werd gezien in Asper (JaVh). Over Elst vloog een DUINPIEPER(HVE). Appelvink werd gezien in het Kluisbos (JDW) en Hotond (XTE). De opmars van de OEHOE, voornamelijk in de zuidelijke bossengordel, valt niet meer te ontkennen. De middelste bonte specht heeft zich inmiddels ook goed verspreid over de regio. Hij dook op op 10 verschillende locaties. Ook voor zwarte specht lijkt het een goed jaar te worden. Hij liet zich zien/horen in 7 verschillende bossen, vooral in het zuidwestelijke deel van de regio tussen Wortegem en Ronse. De roodborsttapuit liet zich in vergelijking met vorig jaar wat minder zien. Paapjes zijn eind april tot begin mei op doortrek. Het max. aantal bedroeg 7 ex in de Langemeersen. De nachtegaal, sinds 5 jaar bezig aan een bescheiden revival in de regio, was toch ook weer op 11 locaties te horen. Gekraagde roodstaart werd op doortrek gezien op verschillende plaatsen, maar bleef maar op een handvol plaatsen hangen. Opvallend: matkop neemt razendsnel af. De waarnemingen dit voorjaar zijn op twee handen te tellen.

Foto: Witvleugelstern Tweelingsputten door J. Pintens
08-05-2021 door DVDP

Birdathon 2021 in VA+

Birdathon 2021 in VA+De birdathon is een concept die komt overgewaaid van bij de buren uit West-Vlaanderen. Daar organiseerden de verschillende vogelwerkgroepen vorig jaar deze leuke activiteit. Het doel? Zo veel mogelijk soorten zien of horen op 24 uren tijd. Dit jaar werd er gevraagd of er ook VWG’s uit de andere provincies wilden deelnemen en wij in VA+ haakten met plezier ons karretje aan.
Onze birdathon op zaterdag 8 mei was een groot succes. We slaagden er met zijn allen in om maar liefst 124 soorten (zonder exoten en ondersoorten) te zien binnen de grenzen van de Vlaamse Ardennen plus op 24 uren tijd.   We hebben gemotiveerde vogelkijkers: stipt om middernacht kwam de eerste waarneming al binnen: oehoe. We zagen/hoorden die dag trouwens alle vijf de bij ons voorkomende uilen: oehoe, bosuil, kerkuil, ransuil en steenuil. Ondanks de regen in de voormiddag draaide het whatsapp-groepje overuren. Berichtjes als “sprinkhaanzanger Langemeersen is binnen” of “We hebben nog geen tafeleend” gevolgd door “Er zaten er vorige week nog op de Weiput. Ik ga daar kijken.” Zo ging het de hele dag door. In de avondschemering werden de laatste soortjes van de dag toegevoegd: waterral en baltsende houtsnippen. Tussendoor werd de dag opgevrolijkt met enkele echte zeldzaamheden zoals purperreiger, zilverplevier, temmincks strandloper en hop. Andere minder algemende waar we konden van genieten waren rode en zwarte wouw, havik, bontbekplevier, regenwulp, grutto, bonte strandloper, geelpootmeeuw, middelste bonte en zwarte specht, wielewaal, grauwe en bonte vliegenvanger, paapje, roodborsttapuit, gekraagde roodstaart, … .   Naast het plezier, want toegegeven, het is écht wel plezant om zoveel soorten te zien, werd ook een berg werk geleverd voor de broedvogelatlas. Zingende vogels, territoria, paartjes, ze werden allemaal opgetekend. Maar liefst 1200 waarnemingen werden die dag ingevoerd op waarnemingen in onze regio. Een schat aan informatie voor de broedvogelatlas.   Anderzijds was het ook een keiharde confrontatie met de realiteit. Wie had 30 jaar geleden durven denken dat we geen grote lijster zouden vinden? Toen zaten er nog naar schatting rond de 1200-1400 broedparen in de regio. (cfr ‘Zijn er nog vogels? L. Menschaert). Ondanks heel veel moeite en zoeken in de geschikte biotopen konden we ook maar geen matkop vinden. Hier en daar zit er nog wel eentje, net als grote lijster, maar de dichtheden zijn zo laag geworden dat het een moeilijke zoektocht is. Die lagere dichtheden in vergelijking met vroeger zijn trouwens merkbaar bij heel veel soorten. Fitis en kleine bonte specht tekenden die dag ook niet present. De strakke wind was hier wellicht spelbreker, want ze zitten er wel. Bosrietzanger en spotvogel zouden al gekund hebben, maar de frisse ochtend en wind speelden niet in het voordeel. Goudvink, appelvink, kruisbek, grote zilverreiger, lepelaar,zwarte stern, zomertaling en uiteraard zomertortel (vinden we er nog eentje dit jaar?) ontbraken ook op het daglijstje.   Wil je het volledige overzicht? Ga naar https://vwgvap.waarnemingen.be/ en selecteer 8 mei als datum.
Bedankt aan alle deelnemers! Volgend jaar nog eens?
Dimitri Van de Populiere Foto: Paapje door David Botteldoorn
01-03-2021 door DVDP

Bijzondere waarnemingen winter 20-21

Bijzondere waarnemingen winter 20-21Van zacht naar kletsnat en afsluiten met een stevige winterprik en een vroege lente. De capriolen van de winter brengen altijd beweging in de vogelwereld. Het zal jullie wellicht niet ontgaan zijn dat de koude in februari veel vorsttrek op gang bracht van o.a. kieviten, snippen, goudplevieren, lijsters,leeuweriken,  … . De verwachte zaagbekken en duikeenden bleven opvallend uit.     De laatste maand van het jaar bracht ons de eerste zwarte zee-eend (NVW) in de regio sinds 2002. Het vrouwtje bleef een kleine drie weken aanwezig op de Tweelingsputten te Eke, waar ook een grote mantelmeeuw gezien werd (TMA). Een grote groep van 180 kolganzen vloog over Eke (PDS). Een zwartkopmeeuw (BDE,NGE) kwam slapen op de Donk te Oudenaarde. Een kraanvogel (OCO) vloog over Zulzeke. In de Langemeersen te Petegem zat een kleine zilverreiger (EHA). Grote lijster, tegenwoordig een zeldzaamheid geworden, dook op in Etikhove (JCO), Elsegem (PVDB) en Ouwegem (JaVH). In en rond het Hotondbos te Ronse werd appelvink en goudvink gezien (XTE).   In januari dook er een parelduiker op de Tweelingputten te Eke (NVW). Deze zeldzaamheid (laatste in 2008) verdween helaas snel.  Op de Callemoeie te Nazareth zat de hele maand een geoorde fuut..  In de Scheldevallei tussen Eke en Oudenaarde werd grote mantelmeeuw verschillende malen opgemerkt.  Over Mullem vloog een rode wouw (JDW). Te Berchem werd een smelleken opgemerkt (MDB). Eind januari zaten er 6 brilduikers (LBA) op de Donk te Oudenaarde, die de dag nadien opdoken op de Tweelingsputten te Eke. Grote lijster  werd gezien in Deurle, Asper , Kruishoutem en Kwaremont. Een appelvink werd gezien in Opbrakel (KTA). Goudvink dook op in Opbrakel, Ronse en Bavegem. Kleine barmsijs werd gezien in St-M-Latem (JaVH) en het Parkbos te Lierde (LNE).     De stevige winterprik in februari bracht zoals eerder gezegd een serieuze vorst- en sneeuwtrek op gang. Kieviten die enkele dagen er voor nog dapper naar noord vlogen, moesten met bevroren pootjes halsoverkop terugkeren. Snippen vielen als ijsblokjes uit de lucht. Opvallend veel boomleeuweriken werden ook opgemerkt. Als vogelkijker is dit altijd een heerlijk fenomeen om gade te slaan. Maar dan wel met een dubbel gevoel, want veel van die diertjes lijden zwaar onder de omstandigheden.     Een witoogeend (BDM) bezocht in februari de Callemoeie, waar de geoorde futen ondertussen met 2 waren. In Dikkelvenne werd een kleine zilverreiger (JaVH) gezien. Een grote mantelmeeuw vloog over Mullem (DDG). Rode wouw werd op 7 locaties gezien. Zwarte specht liet zich zien in Eine (DDG) en het Kluisbos (CWI).  Een klapekster (JaVH) in Zulzeke lokte heel wat kijklustigen. Voor velen onder ons was dit de eerste in de regio.  Eind februari lieten zich toch enkele grote lijsters horen van op een zangpost (oef). Een appelvink bezocht een voederplaats bij het Kluisbos (LDC). Goudvinken werden gezien in Parkbos Lierde (MDK) en Herzele (DVDB).  Heel verrassend was de vondst van 6 fraters (DDG) tussen een groep kneus in Huise. Dat was toch ook al weer 12 jaar geleden. 5 Kleine barmsijzen werden gezien aan het Wallebos in Ename (MLU) en 2 aan de Callemoeie (WSI). Een Europese kanarie (TLI) vloog langs het Kluisbos. Op het einde van de maand kwam ook de kraanvogeltrek op gang. Verschillende groepen werden gezien. De grootste groep was 36 ex over Ronse (PMO) die ook boven Horebeke werden gezien (FHE).     De winterslaapplaats van meeuwen werd door BDE en NGE regelmatig geteld. Daar kwam het tot max. 10 pontische meeuwen tegelijkertijd, een record. Dat was ook het hoogste aantal voor een slaapplaats in Vlaanderen deze winter. Ook geelpootmeeuw (max. 3) en zwartkopmeeuw werden regelmatig gezien. Grote mantelmeeuw kwam er ook een paar keer slapen.     Tot max. 3 grote zaagbekken verhuisden deze winter regelmatig tussen de Callemoeie en de oude Leiearmen in Deinze. Bokjes werden regelmatig gezien, zeker tijdens de winterprik. Op de Snippenweide te Eine zaten tot 23 ex (DDG). Een gerichte inventarisatie van oehoe bracht min. 5 koppels aan het licht, vooral in de zuidelijke bossengordel van de regio. De vaste winterroest van ransuil in Zingem telde tot max. 12 ex.  De middelste bonte specht is in onze regio niet meer de zeldzaamheid die het ooit was. Deze winter werd de soort op 12 locaties gezien. Havik werd eveneens op een tiental locaties gezien. Blauwe kiekendief, een vaste wintergast, werd ook regelmatig opgemerkt, met max. 3ex in de Langemeersen Petegem (LVDW). Roodborsttapuit overwinterde op minstens 20 locaties in de regio.     Foto: zwarte zee-eend door LNE